Wisten jullie dat...

...we tijdens het bezoeken van de  verschillende kleine parochiële begraafplaatsen in Nederland, her en der (soms nog steeds) anonieme graven van onze in vergetelheid geraakte helden tegenkomen? De opvallende en vaak eenzame graven van de vliegeniers van verschillende Poolse RAF Squadrons die gedurende de laatste oorlog zijn gevallen.

De graven van vliegeniers die gedurende de Tweede Wereld Oorlog trots onder het wit-rode schaakveld vochten en vooral bekend stonden om hun lef en bravoure welk vaak gewoonweg grensde aan waanzin. De vliegeniers die alleen tijdens de Slag om Engeland 200 Duitse vliegtuigen wisten neer te halen of zodanig te beschadigen dat deze niet meer bij gevechtshandelingen gebruikt konden worden. 

Wisten jullie, dat... de beroemde woorden van Winston Churchill:"Never in the field of human conflict was so much owed by so many to so few" (Nog nooit in de geschiedenis van de oorlogvoering hebben zovelen te danken gehad aan zo weinigen), waarmee bedoeld werd dat enkele RAF piloten de hele natie gered hadden - aan o.a. deze heldhaftige Poolse vliegeniers waren gewijd?

Hoe komt het dat deze eenzame en door heel Nederland verspreide graven nog steeds door een geheimzinnige stilte omringd worden? Zelfs in een tijd waarin men vaak en veel spreekt en schrijft over de  rol van de pantsereenheid van Gen. S. Maczek en de commando's van Gen. Sosabowski?

Het vinden van een antwoord op die vraag en onze plicht om de veelal zeer jonge omgekomen piloten te eren, heeft ertoe geleid dat de redactie van Pracus.nl besloten heeft om zich wat meer te verdiepen in deze bijzondere kwestie. Gedurende het onderzoek welk door ons werd opgezet kwamen we op het spoor van een laconiek maar opvallend verslag aangaande een militaire operatie die onder de Nederlandse hemel plaatsvond en uitgevoerd werd door de piloten van het 316e  RAF Gevechts Squadron ("Warschau"): 

„Rodeo 416" - beschadiging door rondvliegende scherven van een door hem beschoten bevoorradingstransport welk tot explosie kwam; door de omvangrijke schade en de brand die bij de motoren uitbrak moest de piloot zich in veiligheid brengen door middel van een parachutesprong; het vliegtuig crashte in de buurt van Duiven (Nederland)”.

Geïntrigeerd door dit bericht en benieuwd naar het verdere lot van de piloot begonnen we aan een diepgaand onderzoek. Het werd voor al snel duidelijk dat we een bijzonder stuk geschiedenis op het spoor waren. Een stuk geschiedenis waarin niet alleen verteld zou worden over de heldhaftige Poolse piloten, maar vooral over een drietal gepassioneerde Nederlanders, die heel wat te vertellen hadden m.b.t. deze kwestie...

Maar laat ons vooral beginnen bij het begin: tijdens een van de donkere en koude winteravonden waarop wij druk bezig waren met het bezichtigen van verschillende websites en het plaatsen van allerlei vragen en berichten over vliegtuigwrakken op fora die betrekking hebben op de Tweede Wereld Oorlog lazen wij ineens een bericht van ene Han: "In tegenstelling tot beweringen van andere organisaties mag ik wel vermelden dat wij de vinders zijn van een tweetal Poolse vliegtuigwrakken uit de Tweede Wereld Oorlog in de omgeving van Duiven". Bij het lezen van dit bericht vielen onze monden letterlijk open! Er werd meteen contact opgenomen met deze Han, die algauw schreef dat wij welkom zijn in het museum van ARGA in Hengelo. Zoals jullie zelf wel begrijpen wisten wij niet wat ARGA was, maar Han hoefde ons geen twee keer uit te nodigen. Ondanks een aantal vervelende doch grappige tegenvallers (waaronder een reis naar Hengelo in Overijssel, terwijl wij verwacht werden in Hengelo in de provincie Gelderland) kwamen we uiteindelijk terecht bij Han en zijn kompanen. Bij aankomst werden we zeer warm ontvangen en meteen begeleid naar... tja, hoe kan dit als beste omschreven worden? Misschien als "Sesam, open u..."? Onze ogen konden niet wennen aan hetgeen wat we zagen: een grote hal vol allerlei originele vliegtuigonderdelen uit de oorlog!  Bij het zien van de vele propellers, wielen, motoren, vleugels en boordkannonen van allerlei vliegtuigen werden we toch enigszins overvallen en beduusd...
 

Han bood ons een helpende hand met de opmerking om toch maar meteen door te lopen naar het kantoor waar we opgewacht werden door Karl en Sander: "Zo daar zijn onze Poolse gasten. Wees welkom en zeg maar meteen wat je wil weten over elk vliegtuig dat in de Achterhoek is neergehaald?" Gelukkig was Jacek Zielezny, zoals altijd goed voorbereid en ging meteen van start met het interview: Heren, we zijn enorm onder de indruk!  Han, Karl en Sander hoe is dit avontuur begonnen en hoe zijn jullie op het idee gekomen om zo'n museum op te richten?

Han Lusink:alles is begonnen dankzij mijn grootvader. Samen met hem en dankzij zijn aanwijzingen hebben wij in 1976 de eerste vliegtuigonderdelen gevonden en in 1997 het vliegtuigwrak kunnen bergen, een Messerschmitt Me 109 welk op  23 september 1944 in Laag-Keppel crashte en door ons meer dan vijftig jaar later in delen naar boven werd gebracht. Dit was een mooi begin van een avontuur en een passie die ons tot op heden bezighoudt. Die passie heeft uiteindelijk ertoe geleid dat wij in 2003 besloten hebben om de Stichting ARGA oftewel: Aircraft Research Group Achterhoek in het leven te roepen. De stichting ARGA is tot stand gekomen in samenwerking met mijn broer Karl, voorzitter van de Stichting, maar ook dankzij de inzet van Sander Woonings, die de rol van secretaris van de stichting vervuld.

Samen vormen we een hecht team, welk vanuit zijn eigen ervaring en op een unieke wijze te werk gaat.

Eenieder van ons vormt de hedendaagse geschiedenis en heeft of had voorvaderen die geschiedenis in het verleden hebben geschreven. Vaak vinden we dit terug in allerlei boeken en publicaties of bij tentoonstellingen in musea en andere instituties.

Er zijn echter nog steeds gebeurtenissen welke nog steeds omringt worden door geheimzinnigheid en die tot op heden het daglicht niet hebben gezien. Deze zaken interesseren ons het meest. Onze interesse gaat niet alleen uit (naar het vinden van) vliegtuigwrakken, maar vooral naar de personen (en hun levensweg) die in zo’n vliegtuig hebben gezeten: de bemanning dus.

De bemanning die vele risico’s moest nemen, die de dood recht in de ogen durfde aan te kijken en vaak bij het volle bewustzijn ten onder ging wetende dat dit de laatste momenten van hun leven zijn...

Marcin Kruszyński: Dit zijn grote en indrukwekkende woorden. Maar velen van hen hebben het overleefd en daarbij ook nog het avontuur van hun leven mogen meemaken! Tot onze grote blijdschap en verbazing zijn op jullie lijst ook twee vliegtuigwrakken van het 316e Poolse RAF Squadronte vinden.Wij zelf maar ook onze lezers zijn enorm benieuwd naar het verhaal welk hierachter staat.

ARGA: (lachend) Inderdaad, die vraag hadden we wel verwacht. Laat ons bij het beging beginnen: op 21 februari 1945 (om 13:55 uur) vertrokken 12 Poolse Mustangs Mk III vanuit hun basis in England. Het doel van hun missie onder de codenaam „Rodeo416” was het uitschakelenvan verschillende militaire installaties in Duitsland. Omstreeks 16:10 uur kregen enkele piloten bij het station van Eschede (Duitsland) een groot konvooi met munitie en brandstoffen in het vizier. Zonder te aarzelen gingen ze over tot een zeer gedurfde aanval van dichtbij, waarbij het transport vele malen werd getroffen en vernietigd. Er volgde een enorme ontploffing die het vliegtuig welk bestuurd werd door Stanisław Zych en Eugeniusz Dyrmont-Jussewicz volop raakte. Daarbij kwam piloot

S. Zych om het leven. E. Dyrmont-Jussewicz slaagde erin weg te komen maar zijn motor hield er ten zuiden van Arnhem mee op. Hij sprong op het laatste moment met behulp van een parachute uit zijn vliegtuig en kwam veilig op de grond terecht in Duiven, in de buurt van de huidige benzinepomp de Westsingel...waar hij al heel snel werd opgepakt door Duitse troepen en afgevoerd naar het krijgsgevangenenkamp Stalag VIIA in Moosburg. Daar werd hij en vele andere gevangenen op 29 april 1945 bevrijd door Amerikaanse legereenheden. Het tweede toestel was een Mustang Mk III, ook van 316 Squadron, gevlogen door Squadron Leader Bohdan Arct. Ook hij werd krijgsgevangen genomen. Dit toestel kwam neer in Angerlo op 6 september 1944.

Delen ervan werden door Han en Karl in 1988 opgegraven.

Beide vliegtuigen werden vernietigd tijdens de crash en vielen in duizenden stukken uit elkaar.
De grotere elementen werden onmiddellijk geruimd door de Duitsers en afgevoerd naar de hoogovens.
Dit was echter geen reden om ons onderzoek te staken en na het raadplegen van de archieven bij verschillende instanties gingen we over tot een veldonderzoek...

Jacek Zielezny:Oké, hoe gaat zo’n onderzoek in zijn gang? Hoe gaan jullie te werk, waar begin je met zoeken?

ARGA:  Het is heel simpel. We gaan langs bij mensen uit de buurt, luisteren naar hetgeen wat de die te vertellen hebben over vroeger, maar het liefste horen we de verhalen van ooggetuigen uit die tijd. We doen ook veel vooronderzoek in militaire archieven maar ook bij gemeentes en parochies – niet alleen in Nederland maar ook in landen als Duitsland, England en zelfs in USA. Dit papierwerk neemt zeker 80% van onze tijd in beslag en het feitelijke veldonderzoek maar 20%. En zo ging dat ook in het geval van de beide Poolse vliegtuigen. Echter hadden we hier een klein probleempje: de gegevens over de plek waar deze waren neergestort klopten gewoonweg niet, waardoor we een hele lange tijd de juiste toestellen niet konden identificeren.

Pas toen we documenten vonden in het archief begon de zaak te rollen. Op een koude winterdag waarbij we te maken kregen met sneeuwval en wat nog erger was met zware en plakkerige kleigrond begonnen we een akker af te zoeken met metaaldetectoren. Toen we al heel snel een eerste signaal kregen en meteen daarop een vliegtuigonderdeel in handen hadden welk ook nog eens gestempeld was met een nummer welk het serienummer van de machine van Dyrmont-Jussewicz was, wisten we dat dit het toestel was waar we naar op zoek waren. Toen we even later meerdere vliegtuigdelen uit de klei opgroeven kregen we het ook  een stuk warmer;) Dit ging zo door tot op het moment dat we het enige echte en meest begeerde stuk van dat vliegtuig naar boven haalden: een stuk van de motorbeplating met daarop het Poolse wit-rode schaakveld! Voor zover bekend het eerste en enige welk in Nederland gevonden is en daarbij juist door ons. Het jarenlang wachten op zo’n moment is dan zeker de moeite waard geweest!

Wat kunnen we nog meer zeggen? Laat het gepraat maar achterwege en ga dit unieke stuk „oud ijzer” met je eigen ogen aanschouwen, want speciaal voor jullie hebben we een kleine tentoonstelling opgezet waar je o.a. dit stuk kunt bewonderen.

Marcin Kruszyński:Prachtig!

Nog nooit eerder hebben we de kans gehad om onderdelen van een vliegtuig te zien en aan te mogen raken, welk ooit door een van onze landgenoten gedurende de bevrijding van Nederland werd gebruikt. Bij het zien van zoveel onderdelen komt bij  mij als eerste in gedachte op, dat de opzet van zo’n vliegtuigberging toch een hele operatie moet zijn, zowel op logistiek als ook op financieel gebied. Ik zie het al voor me hoe jullie met allerlei zwaar gereedschap te werk gaan en vele sponsoren en donaties die op jullie afkomen...

ARGA: Niets is minder waar: het merendeel van de financiële lasten dekken we uit eigen portemonnee, een klein deel van de kosten wordt bijgedragen door donateurs (een man of 40 op het moment) die ons op die manier ondersteunen.

Zwaar gereedschap? De graafmachine wordt bediend door een bevriende kraanmachinist, die voor zijn inzet beloond wordt met...”kippenvel”:) Om meer aandacht te trekken organiseren we allerlei lezingen, gaan naar bijeenkomsten en houden af en toe een opendag in ons museum – maar we zijn vooral realisten en beseffen maar al te goed dat elke hobby geld moet kosten:)

Het is een soort puzzel: bij ARGA krijgt elk onderdeel na 70 jaar zijn plek terug

Jacek Zielezny:Op jullie website vinden we een lijst waarop de door jullie geborgen vliegtuigwrakken te vinden zijn, maar ook veel informatie met betrekking tot de piloten zelf. Betekend het dat jullie bij elke vondst overgaan tot een uitgebreid onderzoek?

ARGA:  Dat is juist, alhoewel wij deze wijze van opereren ons pas met de jaren hebben toegeëigend. Tegenwoordig is het beantwoorden van de vraag wat de omstandigheden van de crash waren en wie zo’n vliegtuig heeft bestuurd en wat zijn verdere

lot was een prioriteit. Het is geweldig als je kunt achterhalen welke machine bij welke piloot hoorde en al helemaal als je uiteindelijk ontdekt dat zo’n iemand  nog leeft en hem in eigen persoon kunt spreken!

Marcin Kruszyński:Zo te zien hebben jullie ook nog gevoelens? Maar wat voel je nou precies als je het hele verhaal compleet kunt maken?

ARGA: (lachend)“Kippenvel”...en in een woord? Euforie, Euforie en nogmaals Euforie!

Hoe zou jij je voelen als je na 20 jaar iets vindt waar je zolang naar op zoek was en dan ook nog eens per toeval? Om maar een simpel voorbeeld te noemen: de foto van een piloot die nergens te vinden was, die je dan opeens tegenkomt in een oud boek in

een kleine boekhandel in Amsterdam. Of als je een brief naar USA stuurt naar het oorlogsadres van een piloot en deze bezorgt wordt door een postbode die jarenlang post bezorgde bij deze (tegenwoordig heel oude opa) en zich heel toevallig de adresgegevens herinnert waarnaartoe de beste man 10 jaar geleden is verhuisd? Meer, deze postbode neemt uit eigen initiatief

de moeite om de oude veteraan op te zoeken en hem de brief te overhandigen. Ook spoorden we een piloot op in Miami, wat uiteindelijk leidde tot een officiële uitnodiging naar de States (by the way: Karl heeft daar gebruik van gemaakt en de man persoonlijk ingelicht dat wij zijn vliegtuig hadden gevonden).

Op zo’n moment is euforie niet eens meer de beste omschrijving, je bent gewoon voldaan!

Laat ons erbij vermelden dat zulke momenten ook enorm veel betekenen voor zo’n piloot en vaak een afscheid en afsluiting vormen van een deel van zijn leven. Vaak is het ook zo dat je hiermee ook een bepaalde impuls geeft aan nakomelingen van die piloten, die zelf op zoek gaan naar hun „roots”.

Jacek Zielezny:Hebben jullie een bepaalde, speciale herinnering in deze, welk jullie het meeste bijstaat?

AGRA: We hebben het er nog steeds vaak over een Engelse vliegenier wiens vliegtuig net voor de grens in Duitsland werd neergehaald. We zijn heel lang bezig geweest met die crash en ook op de plek geweest waar hij was neergestort. daar zijn we van huis tot huis gegaan met de vraag of iemand iets meer kon vertellen over die gebeurtenis. Waar we ook kwamen iedereen was uiterst behulpzaam. En opeens zei iemand dat er aan het einde van het dorp een oudere vrouw woont die misschien iets meer hierover kan vertellen. We zijn dus naar haar huisje gelopen, op de deur aangeklopt en toen ze opendeed rechtstreeks gevraagd of ze iets weet over dat vliegtuig. Haar antwoord was: „Ow ja en dat interesseert jullie zo erg? Kom dan maar naar binnen”. Wat bleek? Ze wist zich niet alleen alles heel goed te herinneren, maar had ook nog een fotoalbum in huis met daarin een foto  van de begrafenis van deze piloot! En nu komt het mooiste, toen we daar met opengevallen monden stonden te kijken zei ze: „Ik heb het niet meer nodig, neem maar mee”. We stonden perplex en vroegen ons af of dit wel in het echt gebeurd? Zo’n toeval, kan toch geen toeval zijn? Een geweldig en nooit te vergeten moment!

Marcin Kruszyński:Het is fascinerend om te zien hoe jullie passie gecombineerd wordt met historische wetenschap. Hoe jullie daarbij ook nog anderen (nog in leven zijnde piloten of hun nakomelingen, vaak zelfs in de derde generatie) zoveel blijdschap en emoties meegeven. Maar hoe ziet de toekomst eruit van mensen die zich bezighouden met het ontdekken en herschrijven van het verleden?

AGRA:  Wat we nog graag willen bereiken isdat er betere mogelijkheden ontstaan zodat meer mensen onze collectie kunnen zien en bewonderen. Ons museum is door de jaren heen te klein geworden om alles tentoon te stellen, daarom hopen we binnenkort een grotere ruimte te mogen betrekken waar we de collectie uit zouden kunnen breiden en alles ook daadwerkelijk kunnen presenteren aan de bezoekers. De verhalen die achter elk vliegtuigwrak staan zijn natuurlijk de essentie van ons werk en daarom is het ook hoogste tijd om dat allemaal ergens op te schrijven zodat het niet verloren gaat. Sander heeft een boekje geschreven over de eerste Spitfire crash in maart 1940. Karl is onlangs begonnen met het schrijven van een boek waarin deze verhalen zullen herleven.

We geven twee keer per jaar het bulletin “Research” uit, waar de vele aspecten van hetgeen wat we doen ook omschreven worden.

Daarnaast willen we natuurlijk onze website ook steeds verder uitbreiden: http://www.arga-nl.nl/

Jacek Zielezny:  Op die manier wordt elk gecrasht vliegtuig weer samengebracht met de piloot – en de piloot krijgt zo zijn eigen plek in de geschiedenis - die nooit verloren zal gaan. Hartelijk dank voor de ontvangst en het interview en groot respect voor het

waardevolle en tegelijkertijd (ook letterlijk) zware werk welk jullie verrichten.

Dit alles is zeker een nominatie waard voor de titel Ere Polonus 2015 en daar gaan we ons ook voor inzetten!

We nodigen al onze lezers van harte uit om het museum van ARGA in Hengelo (in Gelderland, natuurlijk) te bezoeken.

 

 

facebook